Overslaan en naar de inhoud gaan

Minister Demir schaart zich achter 3/30/300 regel

3 min. leestijd
Elke woning in stedelijke gebieden zou uitzicht moeten hebben op minstens drie volwassen bomen. © Koc Bar / Pixabay

In opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos deed de KU Leuven onderzoek naar de modernisering van de Vlaamse groennormen. De huidige normen dateren al van 1993 en waren aan herziening toe. Voortaan geldt als maatstaf dat elke woning zicht moet hebben op drie volwassen bomen, in elke wijk minstens 30 procent van de oppervlakte onder boomkruinen moet liggen en dat iedereen toegang moet hebben tot openbaar groen op niet meer dan 300 meter wandelafstand.

Groennormen zijn nodig om de leefkwaliteit van stedelijke gebieden te vergroten. De 3/30/300 regel biedt beleidsmakers een wetenschappelijk onderbouwde, relevante en robuuste richtlijn voor het realiseren van Vlaamse, provinciale en lokale beleidsdoelstellingen rond groenblauwe dooradering.

One Health

Vanuit het OneHealth principe vormen de gezondheid en het welzijn van mensen, de klimaatmitigatie- en adaptatiekracht van stedelijke en landelijke gebieden, en de biodiversiteit samen de sleutel voor een gezonde leefomgeving. Stedelijk groen is cruciaal om deze OneHealth benadering te realiseren. De strategische doelstelling ‘netwerk van groenblauwe aders’ van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zet volop in op het vergroenen van Vlaanderen.

‘Om ervoor te kunnen zorgen dat er voldoende groene ruimtes zijn om al deze voordelen te leveren, hebben beleidsmakers, stadsplanners en ontwikkelaars toekomstgerichte, objectieve en kwantitatieve richtlijnen rond groen en groene ruimtes nodig voor het realiseren van Vlaamse, provinciale en lokale beleidsdoelstellingen rond groenblauwe dooradering’, bepleit Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir. ‘De richtinggevende groennormen bieden beleidsmakers nu deze houvast. Het mag altijd meer zijn. Hoe meer groen, hoe beter.’

De moderne groennormen zijn een flexibele 3-30-300 richtlijn die prioriteit geeft aan wijken met een lage socio-economische status en stedelijke gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid. In deze wijken is er vaak minder stedelijk groen aanwezig terwijl de impact van bijkomend groen er het grootst is. Omwille van deze prioriteiten worden wijken met lage socio-economische status en/of hoge bevolkingsdichtheid het eerst vergroend.

Op maat van lokale situatie

De moderne groennormen zijn een minimumstandaard en strengere beleidsdoelstellingen zijn zeker mogelijk. Het behalen van de 3-30-300 norm biedt geen vrijgeleide om bestaand groen te verwijderen. Deze moderne groennormen kunnen geïntegreerd worden in bestaande groenplannen, bomenplannen, klimaatplannen en/of algemene groenbeleidsplannen, om zo hun effectiviteit en efficiëntie te vergroten. Deze integratie in lokale beleidsplannen wordt ook ondersteund vanuit de groennormen. De vuistregel laat beleidsmakers namelijk vrij om te beslissen op welk schaalniveau de ‘3-30-300’ het best toegepast wordt. Dit laat toe om te werken op maat van de lokale situatie, bijvoorbeeld door zelf buurten of wijken af te bakenen, of om te werken met de bestaande statistische sectoren. De groencategorieën van de huidige Vlaamse groennormen (woongroen, buurtgroen, wijkgroen, stadsdeelgroen, stadsgroen, en stadsbos) gaan op in de 3-30-300 regel. De resultaten van het volledige onderzoek zijn te raadplegen in een online beschikbaar rapport.

De 3-30-300 groennorm werd bedacht door Cecil Konijnendijk, directeur van het Nature Based Solutions Institute. ‘Ik ben blij en dankbaar dat er zoveel aandacht is voor bomen en groen in de stad. En dat de belangstelling wordt omgezet in beleid en actie,’ reageert professor Konijnendijk.

 

Bron foto: Elke woning in stedelijke gebieden zou uitzicht moeten hebben op minstens drie volwassen bomen. © Koc Bar / Pixabay

Gerelateerde artikels